Socius Community

[Leesopdracht] Patronen – in de juiste plooi

Patronen in groepen zijn nuttig én kunnen tegelijk voor problemen zorgen. Ze vormen in ieder geval een interessant aangrijpingspunt voor groepsbegeleiders om de kwaliteit van leren en werken in groepen te verbeteren.

Van in het begin

In groepen ontstaan altijd patronen. Mensen nemen min of meer vaste posities of rollen in. Karel neem vaak als eerste het woord, Ilse zorgt geregeld voor een lach, Erik bemiddelt als er conflicten zijn. Er vormen zich gewoontes, vaste rituelen. We beginnen altijd een beetje te laat. We zorgen voor een koekje en een kop koffie. De meeste mensen hebben de voorbereidende documenten niet gelezen. Soms liggen zelfs de interacties min of meer vast: als Evelyne iets zegt, is Karen het heel vaak oneens met haar. Patronen zijn nuttig én nodig: ze zorgen voor enige voorspelbaarheid en in die zin meteen ook voor een zekere veiligheid. Mensen weten min of meer waaraan ze zich kunnen verwachten als ze in groep zijn. Patronen reduceren spanning en onzekerheid. Ze zorgen er voor dat niet altijd opnieuw over alles moet gepraat of onderhandeld worden.

Tien weken lang gaf ik de cursus ‘werken met groepen’ in een vast lokaal aan een groep mensen die elkaar vooraf niet kenden. De laatste week vroeg ik hen om aan te duiden op welke stoelen ze in al die bijeenkomsten hadden gezeten. Van de twaalf deelnemers waren er maar twee die niet altijd op dezelfde stoel hadden gezeten. En dat was vooral omdat ze te laat kwamen en niet het hele lokaal wilden oversteken voor het oog van de groep. Al de anderen hadden de hele tijd op de stoel gezeten waar ze de eerste keer toevallig op terecht waren gekomen. Het vaste patroon van eigen ruimtes zorgt er voor dat mensen zich veilig en zonder nadenken meteen kunnen neerzetten op hun vaste plek. Ze weten zeker dat ze niemands ruimte verstoren.

 

Ingesleten patronen

Groepspatronen ontstaan dus al meteen van bij de start van een groep. Als een groep al langer bestaat, geraken die patronen vaak heel erg diep ingesleten. Vergelijk het met de Semois: de rivier meandert diep in het landschap na miljoenen jaren erosie. Wil je de loop van de Semois veranderen, moet je met dynamiet hele heuvels wegblazen. Dat zal je veel energie kosten. Veel meer dan wanneer je een oppervlaktebeek in de polders wil verleggen. Zo is het ook met diep ingesleten groepspatronen: als je die nog wil veranderen, zal dat van jou als groepsbegeleider erg veel energie vragen. Je hebt er dus alle belang bij om groepen van bij het prille begin ‘in de juiste plooien te leggen’. Iedereen die al eens gestreken heeft, kent het fenomeen: een verkeerd gestreken plooi krijg je maar moeizaam weer weg. De opstartfase van een groep moet je goed voorbereiden en methodisch en qua begeleidersstijl meteen zo organiseren dat er een grote kans bestaat dat je groep gewenste patronen aanneemt. En als je patronen ziet opduiken die je liever niet ziet in een groep, is het belangrijk om meteen bij te sturen voor ze ingesleten geraken. In de beginfase is de kracht die je moet uitoefenen om ze te veranderen immers nog vrij klein. Patronen zijn dan nog oppervlaktebeken.

Als ik graag wil dat een groep heel interactief werkt, gebruik ik vanaf het eerste moment techniekjes om die interactiviteit te stimuleren. Ik laat mensen per twee met elkaar ‘zoemen’ om vragen te bedenken en dan te delen met de groep. Ik laat mensen iets vertellen over hun eigen ervaring en vraag aan de anderen om daar op te reageren. Van in het begin. Dan is meteen de juiste plooi gelegd. Als ik in een nieuwe groep een vraag stel en er komt niet meteen reactie, laat ik de stilte even bestaan en stel de vraag nog eens opnieuw in een andere formulering met een duidelijke aanmoediging om te reageren. Vroeger werd ik zelf ongemakkelijk van de stilte en loste dat op door dan maar zelf een antwoord te geven. Waardoor de groep heel snel leerde dat je niet hoeft te antwoorden: de begeleider doet het zelf wel als je maar lang genoeg wacht. Een patroon dat de groep belemmert om echt interactief te werken.

 

Patronen leveren altijd winst op

Patronen leveren altijd voor de groep of voor bepaalde mensen in de groep een zekere winst op. Mensen verkrijgen door de patronen iets wat ze belangrijk vinden: veiligheid, voorspelbaarheid, rust, structuur, aandacht, vrijheid. Of ze vermijden er iets mee: een conflict, chaos, hard werken … Dat is wat mensen ‘motiveert of beloont’ voor de instandhouding van het patroon en daardoor blijft het dus bestaan en slijt het in. Soms is het betreffende patroon niet leuk of zelfs ronduit vervelend. Maar zelfs in dat geval wint iemand iets bij dat patroon. Als je een negatief patroon wil veranderen zullen er altijd tegenkrachten of zelfs ronduit weerstand ontstaan, omdat de groep of de ‘belanghebbende personen’ schrik heeft voor verlies van het voordeel. Als je het patroon toch wil veranderen moet je er dus voor zorgen dat wat de betrokkenen winnen door het negatieve patroon, ook wordt gewonnen door het nieuwe en meer gewenste patroon. Of je zorgt ervoor dat met het nieuwe patroon iets wordt gewonnen dat minstens even aantrekkelijk is als het oude patroon: de betrokkenen vinden het een waardige vervanger.

Gust weegt zwaar op de groepswerking door voortdurend over alles te klagen en te zagen. Hij verwerft daardoor aandacht, erkenning en invloed – zij het op een negatieve manier. Gust staat op de klaagmomenten in het spotlicht. Dat is zijn winst. Wil je dat patroon veranderen, moet je zoeken naar een waardig ‘winstalternatief’. Iemand die zaagt en klaagt en daardoor in het spotlicht kan staan, kan misschien nog gelukkiger worden door een prominente en positieve rol te krijgen in de groep (bv. als verantwoordelijke voor het wijkfeest).

 

Groepspagina