Socius Community

[Leesopdracht]De staat van je groep

Acht verschijningsvormen in de evolutie van groepen

Mensen zijn onvoorspelbaar. En dus zijn groepen zeker onvoorspelbaar, want ze bestaan in wezen uit een veelvoud aan onvoorspelbare interacties. Toch kunnen we terugkerende verschijningsvormen herkennen in de evoluties van groepen: herkenbare patronen die de ontwikkeling van een groep markeren. Een verschijningsvorm krijgt zijn naam gebaseerd op de meest voorkomende interactievorm tussen mensen op dat moment. Je observeert en waardeert als begeleider wat mensen doen als ze bij elkaar zijn en op basis daarvan kan je vaststellen wat de verschijningsvorm van de groep op dat bepaald moment is.

Onderstaand model kan je helpen bij het inschatten van de staat van een groep als je cursus geeft of een team of afdeling begeleidt.

Vier positieve verschijningsvormen

Groepen kennen vier positieve verschijningsvormen. Dat zijn verschijningsvormen die duiden op een gezonde evolutie in de groep.

Verbinden

In deze verschijningsvorm zie je mensen elkaar opzoeken, nieuwsgierig naar elkaar. Ze zoeken naar het gemeenschappelijke. Ze willen van elkaar weten waar ze mee bezig zijn. Ze praten over gemeenschappelijke kennissen, hobby’s, kenmerken. Ze verbeelden samen wat ze zouden kunnen doen. Ze brengen pauzes met elkaar door. Ze zorgen voor elkaar en zoeken elkaar op. Ze zijn blij met alles wat gemeenschappelijkheid teweegbrengt. Ze vinden het nodig om bij elkaar te zijn en met elkaar samen te werken. Affiliëren is de boodschap. Verbinden kan relationeel zijn – maar kan ook betrekking hebben op de taak: samen leren, samenwerken, afstemmen, elkaar informeren …

Verzetten

In deze verschijningsvorm staat het zichtbaar maken en verhelderen van het verschil centraal. Mensen geven aan dat ze het niet eens zijn met elkaar. Dat ze iets anders willen, iets anders nodig hebben. Dat er een spanning is, mogelijk een conflict. Dat kan aanleiding geven tot discussies of het zichtbaar worden van grote verschillen in posities. Interacties kunnen spannend aanvoelen, ongemakkelijk. Om gezond te zijn voor de groep, is het belangrijk dat het verzet wordt uitgesproken: het verzet mag er zijn, en de spanning die ermee gepaard gaat, leidt tot oplossingsgerichte dynamiek. Verzet is positief omdat er inzet uit blijkt: mensen tonen in hun verzet dat ze willen dat de groep voor hen een plek wordt waarin het verschil en hun eigen uniciteit hun plaats kunnen hebben. Waarin ze kunnen individueren.

Verankeren

Bij deze verschijningsvorm draait alles rond het stabiliseren en voorspelbaarder maken van het leven en werken in de groep.  De interacties krijgen een meer vaste vorm. Mensen hebben nood aan die voorspelbaarheid: ze weten graag hoe de dingen gaan verlopen, of wat hun plaats of rol kan zijn in de groep. Dat creëert veiligheid, de rust die nodig is om zich goed te voelen in de groep. Bij het verankeren kan impliciet of expliciet duidelijkheid gecreëerd worden. Dat kan gebeuren door bepaalde gewoontes te vormen of bij te stellen. Door werkprocedures vast te leggen. Door afspraken te maken en samen uit te zoeken hoe de groep in de toekomst dient te functioneren. Wat de groep samen wil realiseren of hoe de groep wil samenwerken, wordt in kaders gegoten of in een evoluerende groepscultuur werkzaam.

Verwezenlijken

We spreken van verwezenlijken als de groep zich ten volle concentreert op het realiseren van wat hen samenbrengt. De groepstaak, het werk dat ze te doen hebben. De leerprocessen die ze voor ogen hebben. Het plezier dat ze samen willen maken. Ze verwezenlijken waar ze voor bestaan. Ze maken hun doelen waar. Je herkent dat aan de flow waarin gewerkt wordt, aan de concentratie waarmee dingen gebeuren. Je merkt dat aan het vrij samen werken, leren en leven waarbij de focus echt kan liggen op het realiseren en presteren. Op kwaliteit. Op de gewenste output.

Er zit een zekere logica in die vier verschijningsvormen. Intuïtief zou je kunnen zeggen dat mensen zich eerst met elkaar dienen te verbinden om dan pas de verschillen te merken en op te komen voor de eigen individuele behoeften. In het conflict dat daardoor ontstaat, kan de groep doorgroeien naar oplossingen om te leren omgaan met de verschillen – oplossingen die kunnen verankerd worden in procedures en gewoonten. Als de groep er in slaagt om de verschillen op zo’n manier door te werken, kunnen mensen echt samen hun doelen verwezenlijken en samen goed presteren. De realiteit laat echter zien dat gezonde groepen altijd ‘wiebelen’ tussen elk van de verschillende verschijningsvormen: ze springen als het ware van de ene in de andere en soms zijn die overgangen zelfs vrij bruusk. Ze beginnen ook niet altijd met verbinden: soms staat eerst het verzet voorop (“Waarom moeten wij hier samenwerken: ik werk toch liever alleen?”). Soms begint een groep meteen heel goed samen te werken en ontstaat de verbinding in het succesvol realiseren van taken. Of blijkt na een tijdje dat de samenwerking niet tot verbinding maar tot conflict leidt – conflict dat moet opgelost worden door verbinding te creëren of door de procedures te verbeteren.

Vier negatieve verschijningsvormen

Voor elk van de vier positieve verschijningsvormen, bestaat ook een negatieve verschijningsvorm. Die wordt zichtbaar als de positieve verschijningsvorm niet lukt of niet voldoende gevoed en onderhouden wordt.

Verbrokkelen

Waar verbinden niet lukt, ontstaat verbrokkeling. De groep ‘atomiseert’: mensen trekken zich terug op hun eigen eilandje en gaan hun eigen weg. Of ze vallen terug op kliekjes die weinig interactie hebben met andere groepjes of zich zelfs heimelijk of openlijk afzetten tegen anderen. De groep mist dan kansen op feedback en op de meerwaarde die kan ontstaan door de interactie.

Verzwijgen

Waar verzetten wordt vermeden, ontstaat verzwijgen. Als er te weinig ruimte of veiligheid is, of als verzet in het verleden niet tot het gewenste resultaat of misschien zelfs tot ruzie heeft geleid, gaan mensen verzet uit de weg. Ze houden hun mond. Ze verzwijgen het verschil, uiten hun mening niet openlijk en vermijden conflicten. De negatieve energie die daarmee gepaard gaat, uit zich in destructieve strategieën: roddelen, saboteren, afhaken, terugtrekken. De groep mist dan de kans om recht te doen aan de verschillen tussen mensen en deze verschillen om te zetten in een rijker samen zijn en samen werken.

Verstarren

Waar verankeren overdreven wordt, ontstaat verstarring. Verankering moet een zekere voorspelbaarheid en daarmee gepaard gaande veiligheid dienen. Maar als gewoontes, procedures of bepaalde aanpakken boven kritiek en evolutie verheven geraken, zetten ze de groep vast. De groep mist dan de kans om de eigen aanpak en gewoontes voortdurend te verbeteren in functie van wat de omgeving nodig heeft of in functie van de eigen evolutie van de groepsleden.

Verglijden

Waar de focus op het verwezenlijken van het groepsdoel vervaagt, verglijdt de groep naar een verzameling van individuele doelen, projectjes en belangen. Dat ontstaat als de groepsleden geen gevoel hebben voor het gedeelde belang of het gedeelde project. Omdat het te onduidelijk is. Omdat ze er niet toe gemotiveerd zijn. Of omdat het onhaalbaar is. Realistische, gedeelde doelen vormen de remedie. Anders mist de groep de extra energie en kwaliteit die ontstaat door gezonde synergie.

Groepspagina