Socius Community

[Leesopdracht] Verantwoord tussenkomen in groepen Copy

Als begeleider van een groep heb je te handelen: het is jouw rol en verantwoordelijkheid om door interventies allerhande de groep in goede banen te leiden. Het aantal mogelijke interventies is eindeloos. Je kan spreken of zwijgen, je kan voorstellen doen, methodische ingrijpen, regels stellen, … Welke interventie je kiest, wordt bijvoorbeeld bepaald door het type groep waarmee je werkt, de verschijningsvorm waarin die zich bevindt, door de grootte en de taak die vooropgesteld is. En niet in het minst door wie jij zelf als begeleider bent. Goed tussenkomen als begeleider leer je meestal vooral door ervaring op te bouwen. Door zelf bewust aan groepen deel te nemen en reflectief aan groepen leiding te geven. Onderstaand referentiekader kan je helpen om dat leerproces te verdiepen en te versnellen.

Verantwoord tussenkomen

Er bestaat niet zoiets als ‘de juiste interventie’ of ‘de beste strategie’ als je een groep begeleidt. Elke keuze die je maakt, had ook anders kunnen zijn. Goeie begeleiders kunnen hun keuzes wel verantwoorden: ze maken overwegingen – vaak heel snel en schijnbaar intuïtief – waarvoor ze ter plekke of achteraf goede argumenten kunnen aandragen. Daarvoor doen deze begeleiders in wezen vier dingen, soms in volgorde, soms allemaal ‘tegelijk’: zuiver waarnemen, analyseren en betekenis geven, richting bepalen, helder tussenkomen. Op basis hiervan maken ze verantwoorde en te verantwoorden keuzes.

 

Zuiver waarnemen

Als groepsleider ben je voortdurend alert en betrokken op wat in de groep gebeurt. Je probeert contact te houden met alle groepsleden. Je zorgt dat je de informatie die de groep je geeft zoveel mogelijk opneemt. Een groep geeft je veel meer informatie dan enkel wat gezegd wordt. Je leest af wat er gebeurt aan de manier waarop mensen er bij zitten, aan de lichaamstaal waarmee ze het gezegde onderstrepen of waarmee ze op elkaar reageren – vaak stilzwijgend. Ook wat gebeurt in pauzes of onbewaakte momenten geeft je als groepsbegeleider veel informatie. Zelfs wat jij zelf voelt, kan belangrijke informatie geven over hoe het is in de groep: jouw spanning, concentratieverlies, irritatie of betrokkenheid kunnen heel betekenisvol zijn. Kijken, luisteren, voelen is dus de boodschap.

Belangrijk is dat je zo zuiver mogelijk probeert waar te nemen. Je observeert de wereld altijd door je eigen bril. Je eigen referentiekaders. Je kan niet anders. Die bril is uiteraard altijd gekleurd door je waarden, door je ervaringen, je geschiedenis. Die bril richt je waarneming: als je zelf altijd heel verlegen bent geweest, zal je misschien sneller de verlegenheid van een groepslid zien. Als voor jou de genderthematiek heel belangrijk is, zal je misschien sneller getriggerd worden door opmerkingen die te maken hebben met man-vrouw-vraagstukken. Mensen projecteren vaak de eigen gevoelens of verklaringen op wat ze in onze omgeving zien gebeuren. Als je bijvoorbeeld zelf gespannen bent voor een bijeenkomst, heb je de neiging om de afwachtende houding van deelnemers ook toe te schrijven aan spanning – maar dat hoeft uiteraard niet per se zo te zijn: misschien zijn deelnemers gewoon nog moe van een vorige vergadering of vinden ze het thema van de bijeenkomst niet boeiend of … Als begeleider moet je je zeer bewust zijn van het eigen referentiekader en op je hoede voor projectie. Je stelt je dus best regelmatig de vraag of je wel zuiver genoeg waarneemt wat er gebeurt.

Analyseren en betekenis geven

Wat je waarneemt, moet je analyseren vanuit een groepsdynamisch perspectief. De inzichten aangereikt in vorige blogs over groepsdynamica kunnen daarbij van dienst zijn. Bijvoorbeeld. Wat leert ons de waargenomen informatie over de verschijningsvorm waarin een groep zich op dit moment bevindt? Is dat een eerder positieve of eerder negatieve verschijningsvorm? Zie je bijvoorbeeld eerder interacties die wijzen op verbinding dan wel op verbrokkeling? Welke energieën drijven op dit moment de groep aan? Kan je het handelen van mensen betekenis geven vanuit hun drang naar indivuatie of zie je ze vooral conformeren? Streven ze naar autonomie of bepaalt hun onderlinge afhankelijkheid wat ze doen? Op welke krachten wordt vooral ingezet in de groep: is de groep taakgericht, investeren ze vooral in procedures – of speelt de omgeving een bepalende rol? Zie je terugkerende patronen in de interacties tussen mensen? Nemen mensen vaste rollen op of zie je duidelijke spanningen tussen deelnemers? Dat zijn mogelijke vragen die tot dieper inzicht kunnen leiden in wat er precies gebeurt.

Begrijpen wat in de groep gebeurt, verloopt altijd via ‘hypothesevorming’: je neemt vanalles waar en je vraagt je af waarom juist dat gebeurt. Wat zet de groep op dit moment in beweging? Welke winst maakt de groep of een bepaald groepslid door dit patroon? Waarom evolueert deze groep precies nu in een negatieve richting? Het waarom is in groepen nooit eenduidig: je kan vaak een reden of een heleboel redenen aanhalen waarom je denkt dat gebeurt wat gebeurt. Maar of dat nu de enig mogelijke verklaring is, daar valt aan te twijfelen. Waarschijnlijk ziet iedereen in de groep dat min of meer anders. Waarschijnlijk zou een andere groepsleider andere inzichten aandragen. Je zou al diepgaand wetenschappelijk onderzoek moeten verrichten om een willekeurige episode in het leven van een groep werkelijk te verstaan en te verklaren. En dat kan je je uiteraard niet permitteren als groepsbegeleider. Daarom werk je als groepsbegeleider voortdurend met ‘hypothesen’: je formuleert een inzicht en een verklaring of betekenis, en je gaat daarmee aan de slag. De praktijk zal uitwijzen of je inzicht en verklaring werkzaam waren: zoniet probeer je een andere verklaring uit om je handelen op te baseren. Groepen leiden is dus altijd een kwestie van ‘trial and error’.

Richting bepalen

Vanuit de geformuleerde hypotheses over wat er gebeurt en waarom, is het zaak om te bepalen in welke richting jouw interventie de groep moet sturen. Ook hier kunnen de aangereikte analysekaders oriënterend werken. Zo kan je de groep stimuleren om verder te ontwikkelen in de richting van gezonde verschijningsvormen als verbinden, verzetten, verankeren of verwezenlijken. Of je kan iets ondernemen om weg te evolueren van negatieve verschijningsvormen als verzwijgen, verstarren, verglijden of verbrokkelen. Een groep kan ook in negatieve patronen verzeild geraakt zijn door mechanismen als blokkering, verdringing of verschuiving. Of negatieve patronen kunnen geïnstalleerd zijn omdat ze voor de groep of voor bepaalde leden ‘winst’ opleveren. Dan is het zaak om de dynamiek van de groep weer open te trekken en er voor te zorgen dat vrij kan gesproken en bewogen worden op alle niveaus waarop de energie en de krachten kunnen op inwerken: taak, procedures, interacties, innerlijke processen en de relatie met de context van de groep. Richting bepalen is dan kiezen waar je met je interventie wil op inzetten.

Helder tussenkomen

Als groepsbegeleider kan je je tussenkomsten bewust sturen vanuit twee perspectieven. Vanuit het eerste perspectief maak je methodische keuzes. Je kiest voor een werkvorm of een aanpak waarvan je vermoedt dat die kan bijdragen aan een evolutie in de richting die je hebt bepaald. Je kiest voor een groeperingsvorm (grote groep, in kleinere groepen, in tweetalletjes, …) waarvan je hoopt dat die het meeste kans biedt op een geslaagde interventie. Het aantal mogelijke werkvormen en groeperingsvormen is eindeloos – van heel creatief tot zakelijk en klassiek. Je kan online heel wat werkvormen vinden die kunnen dienen als inspiratie (bijvoorbeeld: https://ambrassade.be/nl/kennis/werkvormen of https://www.creatiefdenken.com/nl/techniek/brainstormtechnieken-overzicht.php).

Het andere perspectief heeft te maken met een heel belangrijke rol als groepsbegeleider: het verhelderen van de situatie en van de richting waarin de groep moet of kan evolueren. Je kan een meerwaarde voor het groepsproces betekenen als je er in slaagt om te benoemen wat je ziet gebeuren. Of anders gezegd: als je de groep feedback kan geven over het groepsproces: over de al dan niet constructieve patronen, over mogelijke blokkages, over positieve of negatieve verschijningsvormen. Deze feedback kan aanleiding vormen om met de groep het groepsproces te onderzoeken en samen ook richting te geven aan verbeteringen. Dat noemen we metacommunicatie: vanuit een helicopterperspectief samen benoemen en kiezen.